Interview Edward Bardoul

Edward Bardoul is een gevestigde naam in de Nederlandse reclame industrie. De lijst van bureaus op zijn cv spreekt boekdelen. FHV BBDO, Euro RSCG, TBWA\, Doom & Dickson, Etcetera en BeyenMeyer. Inmiddels is hij terug naar de basis. Lesgeven op de academie en zijn eigen one man show creative agency. En hij gaat hard. In recente pitches versloeg hij samen met Karel Beyen gevestigde bureaus. Tijd om hem eens aan de tand te voelen.

Hi Edward, hoe gaat het met je?
Bijzonder goed, dank je Michael. En met jou?

Je hebt onlangs twee grote pitches gewonnen. Dropshot en New York Pizza. Hoe verliep de pitch en had je de winst verwacht?
New York Pizza was geen pitch, maar het contact werd gelegd via Karel Beyen, mijn creatieve metgezel. Karel was naar voren geschoven door een vriend van hem uit de mediahoek. Dat we op de shortlist voor Dropshot terecht kwamen, hadden we toevallig aan een mediacontact van mij te danken. Winst voor het Dropshot-account hadden we verwacht, ja! Het idee was sterk en de chemie tussen ons en het team van Koninklijke De Kuyper was er. Dat klinkt arrogant, maar daar tegenover staat dat ik ook wel eens in een pitch winst verwachtte en we er toch naast grepen. Soms om redenen die je nooit te horen krijgt.

Inmiddels ben je een kleine plaag voor grotere bureaus, een serieuze concurrent. Wanneer besloot je voor jezelf verder te gaan?
Economisch gezien ben ik natuurlijk geen concurrent, maar ik challenge bureaus wel op mentaliteit en werkwijze. En ik ben niet de enige. Van alle kanten staan creatieve bedrijven en leveranciers op om een alternatief te bieden. Traditionele bureaus, op een enkeling na, lijken maar niet te willen begrijpen dat vroeger voorbij is. De businessmodellen kunnen niet meer. En de dikwijls aan oplichterij grenzende dienstverlening heeft veel kwaad bloed bij adverteerders gezet. Ik heb 20 jaar in de bureauwereld gewerkt. Als creatief was ik dagelijks gefrustreerd dat ik niet altijd kon leveren wat zowel klant als ik graag wilden maken. En ook niet op de manier waarop ik graag met ze wilde werken. Dat ik van die graaicultuur bij sommige bureaus één dag per jaar, bij het dividentrondje, vrolijk werd woog niet op tegen de frustratie van alle andere dagen van het jaar.

Hoe kijk je tegen bureaus aan tegenwoordig? Is jouw one-man-show een teken dat grote bureaus het nog moeilijker gaan krijgen?Om bij het laatste te beginnen; Het is nooit een one man show. Ik werk met – de minstens zo subversieve – Karel Beyen en daarbij zijn ook onze creatieve leveranciers belangrijk voor de kwaliteit van ons werk. Het is wel zo dat ik soms meerdere disciplines voor mijn rekening neem. Maar dat is ook zo relatief; Het gaat om het idee. Het ambachtelijke stuk is belangrijk, maar je hoeft echt geen Da Vinci te zijn om zowel een lay-outje, als een stukje bodycopy af te kunnen leveren. Strategie en regie zijn daarnaast voor mij logische voortvloeisels van ervaring en vakplezier.

Reclamebureaus zijn in de basis de mooiste bedrijven. Broedplaatsen voor creativiteit. Met vaak een bijzonder dynamische en vitale cultuur. Maar momenteel zijn ze heel erg in de war en nog niet in staat wezenlijk te veranderen. Misschien omdat ze bijna allemaal worden geleid door een (ex-) accountman of – vrouw. Het zou klanten denk ik heel wat waard zijn als er meer creatieven waren om de bureaurelatie mee te onderhouden. Daarbij moeten ze ophouden zich zo obsessief met award shows bezig te houden. Klanten geven niks om awards. En jonge creatieven ook steeds minder.

Je geeft ook weer les aan de Academie waar het voor jou begon. Hoe was het om terug te keren naar die plek?
Vreemd. Buiten dat ik nooit een schools type ben geweest. Sterker nog, toen ik nog op de academie zat als student heb ik een negatief studie-advies gekregen. Een nette manier om te zeggen dat ze je weg willen hebben. Ik ben verder ook geen didactisch talent. Maar ik krijg er wel steeds meer lol in.

Inmiddels heb je genoeg ervaring om je studenten iets bij te brengen. Waar leg je de nadruk op?
Ik leg vooral de nadruk op onderscheidend vermogen. Ze mogen dan wel een toegepast en commercieel vak als advertising studeren, maar ze zitten altijd nog op een kunstacademie. Toen ik als creatief directeur door portfolios bladerde hoopte ik altijd jaloers en verrast te worden door oorspronkelijkheid en creativiteit. Die andere vakvoorwaarden, toegepast denken en uitvoerende skills leren ze toch in de praktijk pas.

Hoe combineer je lesgeven met het reclamevak. Is dat goed te doen?
Dat is op dit moment prima te doen. Ik ben er ongeveer een dag per week aan kwijt en dat gaat goed samen met de projectmatige manier waarop ik voor adverteerders werk.

Wat kunnen we in de toekomst van je verwachten?
Als ik geluk heb zal ik in opdracht blijven werken. Ik hoop ook steeds meer als regisseur. En verder zal ik af en toe mijn mondje wel roeren. Dat kan ik niet laten, helaas. Tegendraadsheid is geen keuze of een houding, dat zit er heel erg diep in.

Share and look smart:Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Google+
Google+
0

Michael

Michael is mede-oprichter van Pop the Campaign en werkzaam als creative lead in Amsterdam. Twitter: @mkouwenhoven

You may also like...